Positief noemt MPO het wettelijk verankeren van de rol van de Nationaal Coördinator Discriminatie en Racisme en de Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding, evenals het aanpakken van etnisch profileren. “Dit biedt een belangrijke kapstok om structurele misstanden, waaronder moslimdiscriminatie, effectief te agenderen en aan te pakken,” aldus MPO.
Moslimdiscriminatie
MPO vindt het een groot gemis dat islamofobie, moslimhaat of moslimdiscriminatie niet expliciet worden genoemd in het akkkoord, zoals homohaat en antisemitisme wel specifiek worden genoemd. “Dat is onbegrijpelijk in een tijd waarin moslims structureel te maken hebben met uitsluiting en vijandigheid. Ook van overheidswege. Denk onder meer aan de spionage in moskeeën, de zogeheten bankenkwestie en burgers die onterecht op terreurlijsten staan.”
Risico op willekeur
Zorgelijk noemt MPO een reeks voorstellen die volgens de organisatie vaag geformuleerd zijn en ruimte laten voor willekeur. Het gaat onder meer om passages over ‘kernwaarden van de democratische rechtsstaat’, het herzien van de wet op nieuwe scholen, het verplicht ‘omarmen’ van bepaalde waarden en een ‘strenge aanpak’ van wie die waarden zou ‘verstieren’. “De democratische rechtsstaat betekent juist dat er ruimte is voor afwijkende, ook religieuze en/of behoudende opvattingen.”
Wantrouwen naar moslims
Daarnaast maakt MPO zich grote zorgen over plannen rond buitenlandse inmenging, toezicht op religieuze instellingen, het tegengaan van buitenlandse financiering – waarbij expliciet moskeeën worden genoemd – en het opstellen van (nationale) zwarte lijsten voor imams. “De niet gedefinieerde begrippen en eenzijdige focus op moslims en islamitische instellingen lijkt een zorgelijke voortzetting van beleid van met name het vorige kabinet. Politieke organisaties en andere levensbeschouwelijke stromingen lijken anders te worden behandeld.
Discriminatierechercheurs en dialoog
MPO vraagt zich af hoe dit doorwerkt in bijvoorbeeld de uitbreiding van discriminatierechercheurs. “Dit kan bijdragen aan de bescherming tegen discriminatie, ook van moslims, maar omdat expliciete aandacht hiervoor ontbreekt, roept de selectieve kijk in het coalitieakkoord ook vragen op: “Worden straks – gezien de ontwikkelingen van de afgelopen periode – de politieke meningsuitingen, zoals pro-Palestijnse standpunten, of religieus-conservatieve opvattingen sneller als discriminatie bestempeld? Ook de inzet op interreligieuze dialoog is op zich een waardevolle, maar dat dit gekoppeld wordt aan ‘integratie’ in plaats van ‘samenleven’ roept vragen op over de kijk van deze coalitie ten aanzien van de ‘islamitische gemeenschap’.”
Nikabverbod
Ten slotte noemt MPO het voortzetten en actiever handhaven van het verbod op gezichtsbedekkende kleding disproportioneel. “Uit de evaluatie van mei 2024 blijkt immers dat de wet nauwelijks effect heeft gehad, maar wel heeft geleid tot meer onveiligheid voor moslima’s in het algemeen en in het bijzonder vrouwen die een niqaab dragen.”
Gelijke behandeling en co-creatie
MPO roept de coalitie op tot gelijke behandeling en een open dialoog met moslimgemeenschappen. We hopen met deze nieuwe regering juist te kunnen werken aan het herstel van vertrouwen, aan een sociale agenda, aan co-creatie en aan projecten en plannen, gebaseerd op het streven naar gelijke behandeling en meer vrijheid voor alle burgers in het land.”


